Coalitieakkoord: de samenleving mag dragen, maar wie mag bepalen?

Fractievoorzitters D66, VVD en CDA presenteren coalitieakkoord

Het vorige week gepresenteerde coalitieakkoord doet een massaal beroep op de samenleving: op gemeenschappen, mantelzorgers, vrijwilligers, zorgzame buurten, sociale basis. Dat klinkt hoopvol. De overheid erkent dat er "enorm veel kracht en initiatief in de samenleving zelf" zit. Maar er zit een patroon in wanneer dat gebeurt.

De samenleving wordt gevraagd om zorg te dragen, op te vangen en uit te voeren. Maar ze komt niet voor bij het bepalen van problemen, doelen en keuzes. Van mantelzorg tot buurtcrisisteams, van zorgzame buurten tot gemeenschapsontwikkeling: overal wordt een beroep gedaan op de kracht van mensen om te doen, maar nergens om mee te bepalen wat er gedaan moet worden.

We zijn door het hele akkoord gegaan en hebben geturfd: meer dan 50 keer wordt de verantwoordelijkheid bij gemeenschappen, vrijwilligers of de sociale omgeving gelegd. Voor het dragen van zorg, het opvangen van eenzaamheid, het versterken van buurten, het paraat zijn bij crises. Dat zijn cruciale taken. Maar in geen van deze 50+ passages lijkt ruimte voor de vraag: wat vinden jullie eigenlijk het probleem? Wat hebben jullie nodig? Hoe zouden jullie dit aanpakken?

Dit is een gemiste kans.

Juist de mensen die straks moeten dragen en uitvoeren, weten vaak het beste wat er nodig is. Door hen pas bij de uitvoering te betrekken, mis je cruciale kennis over wat werkt en wat niet. Je mist draagvlak dat ontstaat wanneer mensen zich eigenaar voelen van oplossingen. En belangrijker nog: je mist de relatie die nodig is om complexe vraagstukken echt op te lossen. Relaties waarin verschillende perspectieven en vormen van kennis samenkomen.

Van regels naar relaties

Het akkoord zet in op doelen, targets en efficiencydoelstellingen. Sturen op meetbare output. Uitvoeringsorganisaties krijgen "jaarlijks een efficiencydoelstelling." Bij stikstof staan de percentages vast: 42-46% reductie voor de landbouw, 50% voor industrie en mobiliteit. Voor 2030, 2035. De kaders zijn helder, de zonering wordt "voor de zomer vastgesteld", de doelen liggen vast.

Dat is begrijpelijk. De overheid moet keuzes maken, richting bepalen, verantwoording afleggen. Maar we moeten die mooie observatie van Marije van den Berg niet vergeten: beleid bestuurt slechts de staat, niet de samenleving.

Complexe maatschappelijke vraagstukken lossen we niet op met betere regels of scherpere targets alleen. Die vragen om relaties waarin je samen ontdekt wat er speelt en wat nodig is. Relaties tussen overheid en burgers, tussen professionals en wijkbewoners, tussen verschillende overheden onderling.

Echte verbinding ontstaat niet door beter te sturen, maar door samen te zoeken.

Wat betekent dat concreet? Het verschil tussen stellen "gemeenschappen moeten sterker" en vragen "welke relaties hebben mensen nodig om voor elkaar te kunnen zorgen?" Tussen vaststellen "we hebben doelen voor 2030" en onderzoeken "wat ervaren mensen nu als probleem en wat hebben ze nodig?" Tussen opleggen "hier is de efficiencydoelstelling" en samen ontdekken "wat maakt het werk zinvol en effectief voor professionals?" Tussen concluderen "dit is wat we met dit beleid willen bereiken" en oprecht geïnteresseerd kijken "wat gebeurt er eigenlijk al in de samenleving, en hoe kunnen we dat versterken?"

Het is het verschil tussen werken vanuit regels en werken vanuit relaties.

Samen ontdekken wat er nodig is

Echte verbinding tussen staat en straat vraagt om meer dan consultatie van maatschappelijke organisaties. Het vraagt om ruimte voor relaties waarin verschillende vormen van kennis samen kunnen komen: beleidskennis, uitvoeringskennis, ervaringskennis. Waar je samen de vraag formuleert, niet alleen het antwoord uitvoert.

Neem gebiedsprocessen rond natuur en stikstof. Het akkoord spreekt over "medezeggenschap in gebieden waarbij sector-, natuur- en ketenpartijen meesturen op doelrealisatie." Dat is winst. Maar meesturen op doelrealisatie is iets anders dan meedenken over wat de doelen moeten zijn. De zonering wordt immers al vastgesteld, de percentages liggen vast.

De vraag is: wat gebeurt er als je boeren, natuurorganisaties en bewoners niet pas erbij betrekt als de doelen zijn bepaald, maar als je samen met hen onderzoekt wat er speelt? Als je hun kennis over grond, water, seizoenen en ecosystemen niet alleen gebruikt voor uitvoering, maar ook voor het bepalen van wat haalbaar en wenselijk is?

Of neem zorgzame buurten. Het akkoord wil investeren in "gemeenschapsontwikkeling zodat ouderen en mensen met een beperking langer thuis kunnen wonen." Prachtig. Maar "zorgzaam" betekent in elke buurt iets anders. In de ene wijk gaat het om laagdrempelige ontmoetingsplekken, in de andere om praktische hulp bij dagelijkse dingen, in weer een andere om het doorbreken van isolement. Dat ontdek je niet vanuit beleid. Dat ontdek je samen in de buurt, in relatie met de mensen die er wonen.

Waar de kansen liggen

Het akkoord biedt concrete aanknopingspunten. Er komt geld voor gebiedsprocessen, voor zorgzame buurten, voor strategische regionale agenda's en een gemeenschapsfonds. De vraag is: hoe gaan we die vormgeven? Als uitvoeringsbudgetten voor vooraf bepaald beleid? Of als ontwikkelruimte waarin alle betrokkenen samen ontdekken wat nodig is?

Bij elk van deze programma's kun je de vraag stellen: met wie bouwen we hier de relatie op om dit samen vorm te geven? Niet alleen: welke organisaties moeten we consulteren? Maar: met welke mensen moeten we in gesprek om te begrijpen wat er speelt? Wiens kennis hebben we nodig om te bepalen wat hier kan werken?

Laten we samen de ruimte pakken

Het coalitieakkoord is een startpunt, een gespreksopener. Dit minderheidskabinet zal voor elke maatregel een meerderheid moeten vinden, zal moeten onderhandelen, luisteren en samenwerken.

Juist die noodzaak om samen tot beleid te komen, schept ruimte voor het betrekken van meerdere groepen. Ook onverwachte of vaak niet-gehoorde groepen. Niet alleen nu, bij de start van het kabinet, maar ook later, als het kabinet eenmaal onderweg is. En vooral: bij de uitwerking van alle plannen, dus ook op het niveau van uitvoering.

Die ruimte is er, op elk niveau. Bij ministeries die beleid maken. Bij de Tweede Kamer die daarover moet besluiten. Bij provincies en gemeenten die het uitwerken. En bij professionals, bewoners en ondernemers die het in de praktijk brengen.

Op al die niveaus kun je de vraag stellen: hoe zorgen we dat de samenleving niet alleen mag dragen, maar ook mag bepalen? Hoe bouwen we relaties waarin we samen kunnen ontdekken wat nodig is?

Die ruimte is er. De vraag is of we hem pakken.

Impact maken in maatschappelijke transities

Bij theRevolution geloven we in een overheid die continu in verbinding staat. Die werkt vanuit relaties in plaats van regels. We geloven dat zo'n overheid effectiever kan werken aan de grote opgaven. Aan een solide menselijk fundament (bestaanszekerheid, ontwikkeling/onderwijs, veilig opgroeien). Aan samen bouwen aan de maatschappij, mét de maatschappij. Aan het toekomstvast maken van zorg. En aan responsieve publieke diensten en inclusief, rechtvaardig beleid. Daar helpen we graag bij.

foto van Boudewijn Bugter

Een vraagstuk verkennen? Mail of bel me voor een afspraak

Boudewijn Bugter

Adviseur & directeur Mail mij of bel 06 24 24 68 58