Leidt het schrappen van 500 regels per jaar nou echt tot een overheid die “niet hindert maar helpt”?

Vanmiddag zei koning Willem-Alexander in de Troonrede dat de overheid “anders en beter” moet gaan werken. Zoals elk jaar is de Troonrede tot op zekere hoogte een hoopgevende tekst. Zo ook nu weer: de ambitie is niet hinderen, maar helpen. Maar over de aangekondigde uitwerking daarvan heeft Boudewijn Bugter zijn twijfels.

Vanmiddag zei koning Willem-Alexander in de Troonrede dat de overheid “anders en beter” moet gaan werken: “Kort samengevat: minder regelzucht en controledwang, meer ruimte voor mensen en bedrijven, en een overheid die niet hindert, maar helpt.” Hij zei ook nog dat dat het voornemen niet origineel is, maar dat “de aanpak deze keer merkbaar resultaat [moet] opleveren.” 

Zoals elk jaar is de Troonrede tot op zekere hoogte een hoopgevende tekst. Zo ook nu weer: de ambitie is niet hinderen, maar helpen. Maar over de aangekondigde uitwerking daarvan heeft Boudewijn Bugter zijn twijfels.

Beter afstemmen, minder drempels: geen baanbrekende, maar prima ideeën

Mijn twijfel zat niet in de voorgenomen betere afstemming en samenwerking tussen beleid en uitvoering; dat is immers hard nodig. En daar wordt ook al volop aan gewerkt (daar hebben we vanuit theRevolution zelf aan mee mogen helpen). Ook het weghalen van drempels in informatie-uitwisseling tussen overheidsinstanties, zodat mensen niet van loket naar loket worden gestuurd, lijkt me een prima idee. En dat is ook iets waar al volop aan wordt gewerkt. Daarmee kondigde de koning dan ook geen baanbrekende ideeën aan.

Is het aantal geschrapte regels nou echt de juiste maatstaf?

Het venijn zit ’m wat mij betreft in het “stoppen met stapelen van uitzondering op uitzondering”, zoals de koning het formuleerde.

Tuurlijk, het is fijn als de overheid (echt) zelfbeheersing betracht bij het maken van nieuwe regels. En dat quotum van ‘minimaal 500 regels per jaar schrappen’ voelt lekker daadkrachtig. Waarbij ik niet (puur) sarcastisch wil zijn: het schrappen van regels is echt geen kwestie van streep-erdoor-en-dóór. Regels zijn verweven, dus schrappen betekent dat er nieuwe en onverwachte consequenties kunnen optreden. Regels raken vaak veel verschillende partijen, en die moeten dat allemaal ook maar aankunnen; er zijn altijd ook legitieme redenen waarom een regel er is, en mensen die er baat bij hebben. Dus regels schrappen is geen makkelijke oplossing. En ik weet zeker dat het ook wat gaat opleveren.

Maar is het aantal (geschrapte) regels nou echt de juiste maatstaf? Of is het simpelweg de reflex die de overheid telkens weer vertoont als het gaat om het oplossen van problemen? Die reflex is: we willen laten zien dat we voortgang boeken, dat we écht wat aanpakken. Dus gaan we tellen wat we toevoegen, weghalen, produceren, bereiken.

De overheid stapt telkens in de valkuil van gekunstelde quota's

Waar ik me dan zorgen over maak: zulke gekunstelde quota zijn een enorme valkuil, waar de overheid telkens weer met open ogen instapt. Dan maakt ze meetbaar wat ze belangrijk vindt (minstens 500 regels per jaar weg), en vervolgens wordt wat ze meet belangrijk.

Dat kan leiden tot druk en stress over het aantal, terwijl de inhoud ondersneeuwt (“We lopen achter, we moeten het quotum halen!”, “Kan de minister uitleggen waarom dat schrappen zo achterblijft?!”). En nog erger: het kan ertoe leiden dat wat niet meetbaar is, zoals de ervaring van mensen, nog altijd niet telt. Terwijl het daarom te doen was.

Alleen de regel schrappen kan een te oppervlakkige oplossing zijn

Bovendien ontstaan uitzonderingen die om nieuwe regels vragen meestal omdat stelsels de werkelijkheid van mensen niet (h)erkennen. Anders gezegd: mensen passen om wat voor reden dan ook niet in de moyenne, lopen vast op een overheid die hun situatie niet (h)erkent, en hebben daardóór last van te veel op elkaar inwerkende regels.

Dus schrap je regels die uitzonderingen oplossen terwijl je de onderliggende mismatch tussen situaties en stelsel niet aanpakt? Dan valt iemand die niet in het gemiddelde past alsnog (of: opnieuw) buiten de boot.

Wie bepaalt wanneer het 'persoonlijk moet'? Meestal de burger die al vastgelopen is

Dat brengt me op het tweede stuk uit de Troonrede waar ik een ongemakkelijk gevoel van krijg. En dat is: “Het motto van de overheidsdienstverlening moet zijn: snel en digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet. Zo kan de Rijksoverheid beter, kleiner en goedkoper worden.” Ook geen nieuw mantra, natuurlijk. Maar ik blijf struikelen over de volgorde: als ‘snel en digitaal’ de basis is, wie bepaalt dan wanneer het ‘persoonlijk moet’?

In de praktijk is dat negen van de tien keer de burger die al vastgelopen is. Het persoonlijke wordt dan het vangnet, terwijl het begrijpen van een burger het vertrekpunt zou moeten zijn. Alleen dan kun je immers de bestaande mismatches oplossen.

Ten slotte val ik over de beoogde opbrengst van ‘snel en digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet’: een betere, kleinere en goedkopere (Rijks)overheid. Om te beginnen, wordt ‘beter’ hier gelijkgesteld aan ‘kleiner en goedkoper’. Daarmee is dit een verkapte bezuinigingsmaatregel.

Maar het ging toch om een overheid “die niet hindert maar helpt”?

Een echt goede maatstaf: minder mensen die vastlopen

Helpen is actief, helpen is een werkwoord. Het betekent de burger zien, de situatie begrijpen, meebewegen met wat iemand nodig heeft. Dat kost soms tijd en aandacht. En die investering betaalt zich terug, in minder escalatie en minder mensen die vastlopen.

Dus zou dát niet een veel betere meetbare maatstaf zijn, ‘minder mensen die vastlopen’? Een maatstaf die bovendien veel meer de intrinsieke motivatie aanboort van ambtenaren om daadwerkelijk na te denken over hoe het béter kan?

In mijn ervaring ligt het namelijk meestal niet aan hen. De overgrote meerderheid van de ambtenaren wil juist het goede doen voor de maatschappij. Maar het zijn dan de prikkels en quota die de politiek en ‘het systeem’ in het leven roepen die dat in de weg staan.

Een overheid die niet hindert maar helpt, voorkomt dat mensen vastlopen

Sturen op ‘minder mensen die vastlopen’ lijkt me dus een win-win-KPI. Het kost alleen wat meer werk om uit te zoeken hoe je dat nou echt meetbaar maakt. En uiteindelijk leidt het waarschijnlijk nog steeds tot het schrappen van regels. Maar dan wel gedreven vanuit de inhoud, in plaats van vanuit het quotum. En met de volle aandacht en alle middelen gericht op de (relatie met de) mensen die daar het effect van voelen in hun dagelijks leven.

Dat lijkt me de enige échte invulling van het mantra dat de overheid “niet hindert maar helpt”.

foto van Boudewijn Bugter

Boudewijn Bugter

Innovatieadviseur/directeur Mail mij of bel 06 24 24 68 58