13 denkers en doeners adviseren het kabinet. Maar wat zouden burgers zeggen?

Mensen op straat

Afgelopen zaterdag vroeg NRC 13 denkers en doeners om hun dringende advies aan het kabinet-Jetten. De boodschap is eensgezind: de overheid moet anders leren luisteren, en de samenleving eerder en serieuzer betrekken bij wat er besloten wordt.

Eva Meijer vraagt het kabinet te luisteren naar de zachte stemmen: die van iedereen die niet wordt gehoord. Kiza Magendane vraagt om empathisch luisteren in plaats van strategisch draagvlak organiseren.

Maxim Februari stelt in zijn advies twee vragen die vrijwel altijd onbeantwoord blijven:

  1. Wat bouw je op en wat breek je af?
  2. En wie bepaalt eigenlijk wat "werkt"?

Hij haalt Edmund Burke aan, die waarschuwde dat radicale vernieuwing altijd iets vernietigt wat het waard was te bewaren. Bijvoorbeeld de kennis, de relaties en het vertrouwen die al opgebouwd zijn, maar in het enthousiaste vernieuwen worden genegeerd.

Februari keert die gedachte om: het gevaar zit ook in blijven vernieuwen zonder te begrijpen wat je daarmee verdringt. Nieuwe programma's, nieuwe structuren, nieuwe ambities, zonder de verhouding tussen overheid en samenleving fundamenteel te veranderen. Dan stapel je het nieuwe op het wankele fundament van wat al lang niet meer werkt.

Dat is precies de valkuil waar het coalitieakkoord in lijkt te stappen: beleid blijft gemaakt worden zonder iets te veranderen aan de relatie tussen de overheid en de samenleving. Of beter: zonder de mensen om wie het gaat aan het begin te betrekken. Het vanmorgen geïnstalleerde kabinet-Jetten doet, zo constateerden wij bij theRevolution al eerder, in zijn coalitieakkoord tientallen keren een beroep op de kracht van de samenleving om te doen, maar niet om mee te bepalen wat er gedaan moet worden.

Dat is een telkens terugkerend patroon. De overheid raadpleegt burgers, maar doet dat doorgaans te laat en te beperkt: meeluisteren mag, maar meedenken, meewegen en meebeslissen zelden. Burgers komen hooguit aan het woord als het ontwerp al klaar is. Dan is de vraag aan hen eigenlijk geen vraag meer, maar een verzoek om instemming. Precies wat Kiza Magendane bedoelt als hij in zijn advies waarschuwt tegen strategisch luisteren: je luistert niet om te begrijpen, maar om draagvlak te creëren voor een voldongen feit.

Er is nog zo'n terugkerend patroon. Zoals Shermin Amiri terecht opmerkt: maatschappelijke problemen vormen in het leven van mensen één geheel, terwijl de overheid ze bestuurlijk keurig in vakjes verdeelt. Die vakjes zitten ook in het ontwerpproces, waardoor de samenhang die mensen dagelijks ervaren er nooit in terugkomt.

Anders gezegd: Eva Meijers 'zachte stemmen' worden niet gehoord, omdat het systeem daar simpelweg geen ruimte voor maakt.

Wie niet meepraat in de taal van beleid, wie niet aanwezig is aan de tafels waar beslissingen vallen, wie pas aan het woord komt als de kaders al vaststaan, die stem telt niet mee. Het ontwerp van het proces sluit die buiten.

Dat moet én kan anders.

Theo Schuyt herinnert eraan dat Nederland een springlevend maatschappelijk middenveld heeft dat structureel te weinig wordt benut. Oftewel, zoals Floor Ziegler in haar advies betoogt: gemeenschappen moeten niet achteraf worden uitgenodigd, maar vanaf het begin aan tafel zitten als gelijkwaardige partner. Om mee te bepalen wat er besloten wordt, in plaats van uit te voeren wat al besloten is.

En dat brengt me bij de vraag die ik wil stellen aan iedereen die beleid maakt of de uitvoering inricht: wat vraag jij eigenlijk aan burgers, hoe, en wanneer?

De oplossing begint namelijk daar: in het herontwerp van het proces. Dat is een fundamenteel andere houding, geen technische ingreep.

Het betekent dat bestuurders, beleidsmakers en mensen die dienstverlening ontwerpen burgers betrekken voordat de richting vaststaat, om het probleem samen te begrijpen in plaats van plannen te toetsen. Het betekent dat ze zich afvragen welke stemmen structureel ontbreken in hun ontwerpproces.

Dat is geen gemakkelijke opdracht. Maar het is wel wat het verschil maakt tussen beleid dat mensen bereikt en beleid dat mensen passeert. Stel jezelf daarom drie vragen.

  • Wie heeft dit probleem het meest aan den lijve ondervonden, en hebben zij meegedacht over de oplossing?
  • Welke werkwijzen, aannames en ingesleten patronen moeten we loslaten, voordat er ruimte is voor iets nieuws?
  • En hebben de mensen om wie het gaat hun stem werkelijk kunnen laten horen in het proces?

Zo kom je dichter bij wat Eva Meijer bedoelt als ze oproept te luisteren naar de zachte stemmen. Maar let op: de zachte stemmen worden niet vanzelf gehoord. Die moet je actief opzoeken.

foto van Boudewijn Bugter

Boudewijn Bugter

Adviseur & directeur Mail mij of bel 06 24 24 68 58